Werkkostenregeling laat kilometervergoeding ongemoeid
datum: 05-07-2010
Op 1 januari 2011 gaat er veel veranderen in de loonbelasting. Vanaf die datum kunnen werkgevers kiezen voor de nieuwe werkkostenregeling in de loonbelasting.
Invoering van de werkkostenregeling moet bijdragen aan administratieve lastenverlichting. Diverse bestaande fiscale regelingen, waaronder bijvoorbeeld de bedrijfsfietsenregeling 1), komen onder een algemeen forfait op bedrijfsniveau. Tot een maximum van 1,4% van de totale fiscale loonsom kan de werkgever vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen waarover geen belasting hoeft te worden betaald. Voor die vergoedingen of verstrekkingen in natura gelden dan geen verdere voorwaarden. De werkgever mag binnen het forfait dus zelf bepalen in hoeverre hij zaken onbelast wil vergoeden of verstrekken aan zijn werknemers.
Binnen de werkkostenregeling gelden overigens nog steeds wel enkele laag- of op nihil gewaardeerde voorzieningen die vooral te maken hebben met de werkplek (bijv. telefoon, pc, arbo-voorzieningen, consumpties, Ov-jaarkaart of voordeelurenkaart). Binnen de werkkostenregeling is er ook een beperkt aantal gerichte vrijstellingen. Deze gerichte vrijstellingen gaan niet ten koste van het forfait van 1,4%. De gerichte vrijstellingen zijn bedoeld voor de belangrijkste zakelijke kosten. Daarbij blijven er wel bepaalde voorwaarden van kracht, zoals we die nu ook kennen. Een van de gerichte vrijstellingen betreft de vergoeding van € 0,19 per zakelijke kilometer, waaronder woon-werkverkeer. Andere gerichte vrijstellingen betreffen bijvoorbeeld cursussen, outplacement en verhuiskosten.
Voor zover het totale bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen groter is dan het forfait van 1,4% van de totale loonsom en daar geen gerichte vrijstelling voor geldt, komt de belasting over het meerdere voor rekening van de werkgever door middel van een eindheffing van 80%.
Dat lijkt een hoog percentage, maar bij de vaststelling van dit tarief is rekening gehouden met het gegeven dat de werkgever de loonbelasting over die belaste vergoeding voor zijn rekening neemt (in de vorm van een eindheffing). Hier is dus feitelijk sprake van belastingheffing naar een gemiddeld tarief van ongeveer 44% over het gebruteerde loon. Kort gezegd komt het erop neer dat de door de werkgever aangewezen vergoedingen en verstrekkingen tot het forfait van 1,4% onbelast zijn en wanneer het maximum van het forfait is bereikt, alle volgende vergoedingen, voor zover niet onder een gerichte vrijstelling vallend, belast moeten worden.
Zoals hierboven is aangegeven, geldt het forfait van 1,4% voor de loonsom van het gehele bedrijf. Dat betekent dat werkgevers in een situatie kunnen komen dat het forfait goed past bij de omvang van de vergoedingen aan de ene werknemer, maar niet bij die van een andere werknemer. Dit forfait op het totale loonsomniveau van de werkgever zou de verschillen binnen een bedrijf grotendeels op moeten vangen.
Afhankelijk van de mate waarin thans vergoedingen en verstrekkingen plaatsvinden en afhankelijk van de mate waarin deze een lage fiscale waardering hebben of vrijgesteld zijn, kan de nieuwe werkkostenregeling tot een voordeel of een nadeel leiden. Het is dan ook belangrijk om dit goed in kaart te brengen. De eerstkomende drie jaar blijft het namelijk mogelijk om als werkgever te kiezen tussen deze nieuwe werkkostenregeling en de huidige regelingen van vrije vergoedingen en verstrekkingen, zodat de werkgever de mogelijkheid heeft de gunstigste regeling toe te passen.
Bron: AMD Automotive Fiscalisten
Voetnoot 1): Op 2 juli heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen van VVD-kamerlid Aptroot waarmee de toekomstige regering wordt verplicht tot het voortzetten en verruimen van de huidige bedrijfsfietsregeling.