print

    Nieuwsarchief


    Inrichtingseisen bestelauto en ‘herstelbeleid’

    datum: 29-06-2007

    Een auto moet aan een aantal fiscale inrichtingseisen voldoen om als bestelauto voor de BPM en MRB aangemerkt te kunnen worden. Voldoet deze daaraan niet, dan wordt BPM (na)geheven en geldt voor de MRB het hogere personenautotarief. Achteraf alsnog aan die eisen werken biedt meestal geen soelaas.

    Als de Belastingdienst constateert dat niet aan de eisen wordt voldaan, dan is er slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ruimte voor zogenaamd ‘herstelbeleid'. Dat wordt bevestigd in een recente uitspraak van het Gerechtshof in Den Bosch. Het ging hierbij om een eigenaar van een bestelauto met manco's aan de vereiste tussenwand. Hij beriep zich er op dat hij door de Belastingdienst eerst in staat moest zijn gesteld dit te herstellen (herstelbeleid) alvorens hij deze hoge naheffingen zou moeten krijgen.

    Speelruimte beperkt

    De rechter oordeelde dat de Belastingdienst deze speelruimte niet heeft. Het herstelbeleid bevat namelijk beperkte speelruimte, omdat daarin geen herstelmogelijkheid wordt geboden bij de volgende gebreken in de vereiste inrichting:

    • de laadruimte voldoet niet aan de fiscale minimummaten;
    • er is geen vaste tussenwand van de bij die auto horende omvang;
    • aan de rechterzijde is meer dan één zijruit aangebracht;
    • aan de linkerzijde zijn één of meer zijruiten aangebracht;
    • er zijn zitplaatsen in de laadruimte aangebracht waardoor er geen sprake meer is van een vlakke laadvloer.

    Achteraf geen zin

    Het luistert dermate nauw met deze inrichtingseisen, dat hieraan vanaf het begin van het gebruik van de auto moet zijn voldaan. Later herstel zonder fiscale consequenties is dus niet mogelijk.

    naar boven