Nieuwsarchief
Bijtelling privé-gebruik van beveiligde auto's
datum: 10-03-2009
Een auto die af-fabriek is voorzien van extra beveiligingsmaatregelen, leidt tot een hogere bijtelling. Er is nu een regeling getroffen waardoor dit bij de werknemer niet tot hogere belastingheffing leidt.
Vanaf 1 maart 2009 mag de werkgever de eindheffingsregeling van de loonbelasting toepassen over de bijtelling in verband met "buitengewone beveiligingsmaatregelen" van een auto die aan de werknemer ter beschikking is gesteld. Dit blijkt uit een nieuw besluit van de staatssecretaris van Financiën.
Het gaat in deze regeling om "buitengewone beveiligingsmaatregelen", bijvoorbeeld vanwege terrorismedreiging of vrees voor ontvoering. Voorbeelden van dergelijke beveiligingsmaatregelen zijn kogelvrij glas, doorrijbanden en deur- of vloerbepantsering. Deze beveiligingsmaatregelen kunnen tot een hogere cataloguswaarde leiden en daarmee ook tot een hogere bijtelling. Vaak is het om veiligheidsreden ook niet toegestaan om privé gebruik te maken van een niet-beveiligde auto.
Als de werkgever de voor de werknemer ontstane negatieve fiscale gevolgen voor zijn rekening wil nemen, mag dat vanaf 1 maart door over het deel van de bijtelling dat is toe te rekenen aan de buitengewone beveiligingsmaatregelen de eindheffing voor moeilijk te individualiseren loon toe te passen.
Uit de toelichting bij het besluit blijkt dat deze regeling heel specifiek bedoeld is om de werkgever de mogelijkheid te bieden om invulling te geven aan zijn verantwoordelijkheid voor extreme veiligheidsrisico's in het kader van de dienstbetrekking. Om die reden geldt deze mogelijkheid niet voor maatregelen die de werkgever neemt in verband met de verkeersveiligheid en andere overwegingen die kunnen leiden tot een hogere cataloguswaarde.
bron: AMD Automotive Fiscalisten