Gepubliceerd op 15 september 2026

De op Prinsjesdag gepresenteerde plannen voor de autobelastingen laten volgens de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) opnieuw zien dat de samenhang in het beleid ontbreekt. Het kabinet wil de elektrificatie van het Nederlandse wagenpark versnellen en zet werkgevers onder druk om voor elektrische auto’s te kiezen. Tegelijkertijd blijft noodzakelijke stimulering van de jonge tweedehands EV-markt uit. Zo wordt de druk op de instroom van nieuwe EV’s opgevoerd, zonder tegelijkertijd te zorgen voor een gezonde doorstroming naar de tweedehandsmarkt. 

Uit de vandaag gepresenteerde plannen blijkt dat de pseudo-eindheffing, na stevige lobby van onder andere de brancheverenigingen, op een aantal punten wordt aangepast. Daarmee worden enkele praktische knelpunten verzacht, maar de fundamentele bezwaren blijven.  

De regeling zadelt werkgevers nog steeds op met aanzienlijke financiële en administratieve lasten. In de praktijk zullen zij een deel van de risico’s en uitvoering bij hun leveranciers neerleggen, waardoor ook leasemaatschappijen en andere partijen in de automotiveketen voor grote uitdagingen komen te staan. Dat is des te opmerkelijker omdat juist de zakelijke markt al in hoog tempo elektrificeert. Ruim vier op de tien zakelijke leasepersonenauto’s zijn inmiddels volledig elektrisch. 

Greentimerregeling uitgesteld

Uit de Prinsjesdagplannen blijkt dat de invoering van de Greentimerregeling wordt uitgesteld tot 2029. Juist in combinatie met de invoering van de pseudo-eindheffing vindt VNA dat zeer teleurstellend. Terwijl werkgevers vanaf 2027 stevig richting elektrisch worden gestuurd, laat een maatregel die moet bijdragen aan een gezonde tweedehandsmarkt langer op zich wachten. 

De insteek van de Greentimerregeling is een lagere bijtelling voor elektrische auto’s van vijf tot acht jaar oud. Daarmee kunnen elektrische ex-leaseauto’s langer zakelijk worden ingezet en vervolgens tegen aantrekkelijkere prijzen doorstromen naar de occasionmarkt. 

Dat is niet alleen van belang voor particuliere kopers. Een goed functionerende tweedehandsmarkt is ook bepalend voor de kosten van nieuwe elektrische auto’s. Als de vraag naar gebruikte EV’s achterblijft en auto’s na hun eerste leaseperiode minder waard worden, nemen de restwaarderisico’s toe. Die werken door in de Total Cost of Ownership (TCO), de kosten van nieuwe elektrische auto’s. 

Renate Hemerik, voorzitter VNA

“Het uitstel van de Greentimerregeling is voor de autoleasesector zeer teleurstellend. Het kabinet lijkt nog steeds onvoldoende te begrijpen dat de markt voor nieuwe en gebruikte auto’s één ecosysteem vormt. Je kunt aan de voorkant de overstap naar nieuwe EV’s niet steeds verder afdwingen en tegelijkertijd nalaten om aan de achterkant een gezonde tweedehandsmarkt te creëren. Dat maakt elektrisch rijden uiteindelijk juist duurder. De leasesector heeft de afgelopen jaren haar nek uitgestoken bij de elektrificatie van het wagenpark en neemt het grootste deel van de nieuw geregistreerde elektrische personenauto’s voor haar rekening. Daarmee draagt de branche ook een belangrijk deel van het restwaarderisico van de transitie. Een goed functionerende tweedehandsmarkt is daarom onmisbaar. Verduurzaming vraagt om consistent en voorspelbaar beleid waarin maatregelen elkaar versterken.”

Inruilregeling biedt onvoldoende soelaas 

Naast de Prinsjesdagplannen werkt het kabinet aan de eerder aangekondigde EV-inruilregeling. De regeling is bedoeld om huishoudens met lagere (midden)inkomens te ondersteunen bij het inruilen van een oudere fossiele auto voor een tweedehands elektrische auto. VNA onderschrijft het doel om elektrisch rijden ook voor huishoudens met een kleinere beurs bereikbaar te maken. De regeling richt zich echter op een specifieke doelgroep en biedt daarmee geen brede impuls aan de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s. 

VNA ziet daarom meer in gerichte stimulering van de gebruikte EV-markt, bijvoorbeeld door de Greentimerregeling eerder in te voeren en opnieuw een stimuleringsregeling voor gebruikte elektrische auto’s in te zetten, zoals een vernieuwde Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) voor occasions. Daarmee wordt de aanschaf van een gebruikte EV voor een grotere groep particulieren aantrekkelijker en kunnen meer jonge elektrische auto’s voor Nederland behouden blijven. Een langjarige en voorspelbare regeling kan bovendien bijdragen aan stabielere restwaarden.

“Het is goed dat het kabinet elektrisch rijden ook voor huishoudens met een kleinere beurs bereikbaar wil maken. Wij zien echter meer in een brede stimuleringsregeling voor gebruikte elektrische auto’s, bijvoorbeeld een nieuwe subsidieregeling voor occasions. Daarmee maak je elektrisch rijden voor een veel grotere groep particuliere automobilisten aantrekkelijker en geef je tegelijkertijd de tweedehandsmarkt een noodzakelijke impuls.”