Uit recent onderzoek van VNA, de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen, onder 200 werkgevers blijkt dat de pseudo-eindheffing nu al leidt tot onrust, onduidelijkheid en ongewenste gedragseffecten bij werkgevers. Werkgevers betalen vanaf 1 januari 2027 een pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde van iedere fossiele auto die zij aan een werknemer ter beschikking stellen. Je zou kunnen zeggen: ‘een extra bijtelling op de auto, maar nu aan de werkgeverskant’ en dus een strafheffing voor werkgevers. Het onderzoek laat ook zien dat bedrijven al volop bezig zijn met de elektrificatie van hun wagenpark en dat opnieuw wijzigend overheidsbeleid juist verstorend kan werken.
Een opvallende uitkomst uit het werkgeverspanel is dat meer dan 70% van de ondervraagde werkgevers nog niet bekend is met de pseudo-eindheffing of niet weet wat deze regeling betekent voor het eigen wagenpark en het mobiliteitsbeleid. Dat is opvallend, omdat de stand van het rijdend park op 31 december grote consequenties kan hebben voor werkgevers, iets dat door de overheid én werkgeversorganisaties zwaar wordt onderschat.
“De pseudo-eindheffing kan grote gevolgen hebben voor werkgevers, terwijl er nauwelijks oog is voor de praktische gevolgen. De overheid legt een forse extra belasting neer bij ondernemers die op veel plekken letterlijk niet kunnen elektrificeren. Dat wringt enorm. Dit is een ondoordachte en onwerkbare maatregel met twijfelachtige milieuwinst, die ondernemers vooral vastzet.”
Ongewenste gedragseffecten
Uit het onderzoek blijkt dat werkgevers verschillend reageren op de aangekondigde maatregel. 96% van de bedrijven vanaf twee werknemers behoort tot het klein-mkb. Juist in deze groep geeft bijna een kwart aan dat de invoering nauwelijks invloed zal hebben op de keuze voor mobiliteit, dus ook niet versneld over te gaan op elektrisch.
Bij bedrijven zonder 'EV-only' beleid geeft:
- 29% aan eerder over te willen stappen op elektrische voertuigen
- 14% aan minder vaak auto’s van de zaak aan te willen bieden;
- 12% aan voor het einde van het jaar nog extra auto’s met verbrandingsmotor in te willen zetten;
- 14% aan vaker alternatieve mobiliteit aan te willen bieden;
- 15% aan bestaande zakelijke auto’s langer door te willen laten rijden.
Volgens de VNA is juist dat laatste veelzeggend. Een maatregel die bedoeld is om verduurzaming te versnellen, leidt er in de praktijk ook toe dat werkgevers investeringen uitstellen, bestaande voertuigen langer behouden of strategisch anticiperen op nieuwe fiscale lasten.
Werkgevers al volop bezig met elektrificatie
Het onderzoek laat ook zien dat de transitie naar elektrisch rijden al in volle gang is. Een kwart van de werkgevers voert inmiddels een volledig EV-only beleid. Bij grote bedrijven met meer dan 1.000 werknemers ligt dat percentage zelfs op 56%. Gemiddeld is inmiddels 41% van het wagenpark volledig elektrisch.
Volgens de VNA is de pseudo-eindheffing teveel bedacht vanuit de theorie en onvoldoende gebaseerd op de dagelijkse mobiliteitspraktijk van werkgevers. De regeling gaat uit van een situatie waarin organisaties eenvoudig volledig elektrisch kunnen rijden, terwijl in de praktijk vaak belangrijke randvoorwaarden ontbreken.
“Op steeds meer locaties is het stroomnet overvol,” vervolgt Hemerik. “Bedrijven krijgen geen zwaardere aansluiting, kunnen laadpleinen niet uitbreiden en lopen tegen praktische beperkingen aan in hun dagelijkse operatie. Vanaf 1 januari 2027 wordt tegelijkertijd wél een fiscale boete ingevoerd op niet volledig elektrische mobiliteit.”
De VNA noemt de regeling bovendien buitengewoon grofmazig. Zo kan een werkgever al worden geconfronteerd met een heffing wanneer tijdelijk een niet-elektrische vervangende auto beschikbaar wordt gesteld aan een werknemer. Ook al was de auto voor 1 januari 2027 ter beschikking gesteld. Bij een auto met een cataloguswaarde van €50.000 is dat €500 extra werkgeverslasten in één maand.
De regeling raakt dus niet alleen zakelijke auto’s, maar ook vervangend vervoer, huurauto’s, shortlease, deelauto’s, poolauto’s en tijdelijke mobiliteitsoplossingen.
Oproep aan Den Haag: haal regeling alsnog van tafel
Uit het werkgeverspanel blijkt dat werkgevers niet tegen verduurzaming zijn, maar wel behoefte hebben aan stabiel, uitvoerbaar en voorspelbaar beleid. Werkgevers noemen kostenbeheersing als grootste mobiliteitsuitdaging, terwijl grotere bedrijven vooral worstelen met de praktische uitvoering van duurzaamheidsbeleid.
Hemerik: “De milieuwinst is twijfelachtig, terwijl de impact voor werkgevers onevenredig groot kan. Daarom zeggen wij: haal deze heffing alsnog van tafel.”
Volgens de VNA is invoering per 1 januari 2027 niet realistisch en legt deze maatregel een onevenredig zware last op ondernemend Nederland.